Marc-Vincent Spanjersberg
Geen belang bij een voorlopig deskundigenbericht door eerder onderzoek
Wanneer is een voorlopig deskundigenbericht echt nodig? De Rechtbank Noord-Holland heeft daar op 29 december 2025 antwoord op gegeven.
In een burenconflict over geluidsoverlast vroegen bewoners om een voorlopig deskundigenbericht, in de hoop hun positie in een toekomstige procedure te versterken. De rechtbank wees het verzoek echter af, omdat er al een uitgebreid onderzoek lag dat voldoende duidelijkheid bood.
In de betreffende zaak hadden de bewoners last van geluiden en trillingen uit de naastgelegen woning. Een gespecialiseerd bureau, Sonitus, had eerder al een week lang metingen verricht, de constructie beoordeeld en geconcludeerd dat er wel hinder was, maar geen overschrijding van normen. Volgens de verzoekers was aanvullend onderzoek nodig, onder meer met een hamerapparaat, om de bron van de trillingen beter vast te stellen.
De rechtbank ging daar niet in mee. Op grond van artikel 196 Rv moet een voorlopig deskundigenbericht worden toegewezen als het ter zake dienend is en voldoende concreet. Maar als er al een deskundigenrapport ligt en er geen zwaarwegende bezwaren tegen dat onderzoek bestaan, ontbreekt het belang – zo oordeelt de rechtbank. Een nieuw onderzoek mag niet worden ingezet als middel om te hopen op een gunstiger uitkomst of om een bestaand rapport “over te doen”.
Belangrijk is dat de rechtbank het eerdere onderzoek volledig en zorgvuldig genoeg vond. De oorzaak van de hinder – het ontbreken van een zwevende dekvloer en een gedeelde funderingsstrook – was volgens de deskundige al duidelijk. Extra metingen zouden daar niets wezenlijks aan toevoegen.
Opvallend is dat de rechtbank partijen aanmoedigt om opnieuw mediation te overwegen. De buurvrouw had inmiddels dempende maatregelen getroffen, waardoor de overlast tijdelijk was verminderd. Dat biedt volgens de rechtbank ruimte om het gesprek opnieuw aan te gaan.