Marc-Vincent Spanjersberg
Huurovereenkomst strijdig met de goede zeden
De Rechtbank Overijssel heeft op 23 december 2025 een opvallende uitspraak gedaan over een huurovereenkomst die uitsluitend was opgesteld om iemand op een adres te kunnen inschrijven. De zaak laat zien dat het niet verstandig is een schijnconstructie op te tuigen.
In deze zaak had een vrouw jarenlang € 65 per maand betaald aan de ouders van haar toenmalige partner. Op papier huurde zij een kamer in hun woning, maar in werkelijkheid woonde zij samen met haar partner op een ander adres. De huurovereenkomst was volgens beide partijen vooral bedoeld om haar op het adres van de ouders te kunnen inschrijven. Dat zou gunstig zijn voor de financiële situatie van haar partner of, zoals de ouders stelden, om praktische redenen zoals het behouden van een Nederlands adres.
Toen de relatie eindigde, ontstond discussie over de geldigheid van de huurovereenkomst. De vrouw vorderde terugbetaling van ruim € 5.600 aan betaalde huur, omdat de overeenkomst volgens haar nietig was. De ouders eisten op hun beurt betaling van achterstallige huur en ontruiming van de kamer.
De kantonrechter oordeelde dat de overeenkomst inderdaad nietig is. De strekking ervan was in strijd met de goede zeden: partijen wisten dat de vrouw niet op het adres zou wonen, terwijl inschrijving op een adres waar je niet verblijft in strijd is met de Wet Basisregistratie Personen. Daarmee was de huurovereenkomst vanaf het begin ongeldig.
Toch kreeg de vrouw de betaalde huur niet terug. Volgens de rechter zou dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. Zij had jarenlang bewust aan de constructie meegewerkt en geprofiteerd van de inschrijving, die bovendien niet met terugwerkende kracht kan worden teruggedraaid.
Ook de tegenvorderingen van de ouders werden afgewezen. Omdat de overeenkomst nietig is, kan geen huur worden gevorderd. De gevraagde ontruiming werd afgewezen omdat niet was onderbouwd dat er nog spullen van de vrouw aanwezig waren.