Marc-Vincent Spanjersberg
Huurder heeft recht op privacy
Een verhuurder vermoedt woonfraude bij een huurder die meerdere koopwoningen bezit. Tijdens controles bezoekt de verhuurder de woning samen met een journalist en neemt later een gesprek heimelijk op. Uiteindelijk blijkt dat geen sprake is van woonfraude. Toch verschijnt een krantenartikel waarin de huurder met naam wordt genoemd.
De huurder stelt dat de verhuurder onrechtmatig persoonsgegevens heeft gedeeld en heeft nagelaten te melden dat de verdenking ongegrond was. De rechtbank oordeelt dat de identiteit van de huurder eenvoudig te herleiden was en dat de verhuurder actief had moeten aangeven dat de verdenking niet klopte. Dat een rectificatie mogelijk gevolgen zou hebben voor andere huurders, komt voor rekening van de verhuurder.
Het recht op ongestoord huurgenot omvat ook bescherming van privacy. Door die privacy te schenden, is de verhuurder tekortgeschoten in de nakoming van de huurovereenkomst. Reputatieschade wordt aannemelijk geacht; de omvang ervan wordt vastgesteld in een schadestaatprocedure. Over de heimelijke geluidsopname wordt geen schade vastgesteld.